Mei 1940: Land van Cuijk moest klap opvangen

LAND VAN CUIJK - In de jaren vóór 1940 bereidde Nederland zich, ondanks de traditionele neutraliteit, voor op een Duitse inval. Een heel stelsel van verdedigingslinies werd opgetuigd. En wie op de kaart kijkt, kan meteen zien, dat eigenlijk alles draaide om de verdediging van de Randstad, Vesting Holland genoemd.


Door Peer Meurkens

De eerste linie werd gevormd door de Maas en de IJssel. Het hele gebied ten oosten daarvan werd blijkbaar al bij voorbaat opgegeven. Zowel van de Maas als de IJssel zouden de bruggen opgeblazen worden, en langs deze hele rivierengrens werden kazematten gebouwd. Daarachter lag de Peel-Raamlinie (door Brabant) met aansluitend de Grebbelinie, ook Valleistelling genoemd.

Mocht die vallen, dan kon de Nieuwe Hollandse Waterlinie het “hart” van ons land, Vesting Holland, verder beschermen. Van dit hele plan kwam in de praktijk niets terecht: binnen vijf dagen na de Duitse inval gaf Nederland zich over. En dat was vanwege Oeffelt en Rotterdam.

Tussen twee linies

Nergens anders in het grensgebied met Duitsland lagen de twee verdedigingslinies zo dicht bij elkaar als in het Land van Cuijk. De afstand van de Cuijkse Maaslinie naar de Millse Raamstelling of van Sambeek naar de Peellinie was niet veel meer dan 10 kilometer.

Het Land van Cuijk, precies het gebied van de nieuwe gemeente na de herindeling, zou dan ook met zijn twee dicht opeen geschoven linies het eerste slagveld in de uit te breken oorlog moeten worden. Hier wilde de regering in elk geval de Duitse troepen zolang ophouden en verzwakken, totdat Holland tot een onneembare vesting zou zijn ingericht. Zo kon, dacht men in Den Haag, wat nu de Randstad is, worden veiliggesteld. Dat daarvoor misschien wel 20 dorpen tussen Maas en Peel ernstige schade zouden lijden en vele van de bewoners zouden omkomen, werd in de tijd voorafgaand aan de onontkoombare gewapende strijd, gezien als te betreuren ‘collateral damage’.

Fatale blunder?

Er waren in de vroege ochtend van 10 mei 1940 op meer plaatsen grootschalige militaire invallen, maar inderdaad kwam de frontale aanval op Nederland vooral vanaf de grens bij Gennep op gang. De hele ochtend werd vanuit de Katwijkse, Cuijkse en Boxmeerse Maaskazematten een strijd op leven en dood gevoerd om de agressor te weerstaan. Maar al na vier uur stopte het wapengeweld.

De Duitse troepen waren namelijk in alle vroegte al opgerukt tot voorbij zowel de Maas- als de Peellinie. Door een geslaagde list van de Duitsers was de Oeffeltse spoorbrug namelijk niet opgeblazen. Hierdoor had een volle trein met een bataljon Duitse keurtroepen van 500 man vrije doorgang gekregen. De trein reed gewoon door naar Mill, voorbij het Defensiekanaal van de Peel-Raamlinie. Later op de dag kon ook een grote Duitse troepenmacht oversteken, met grote hoeveelheden materieel.

De oorlog was meteen afgelopen in het Land van Cuijk. Alleen bij Mill ging de strijd nog de hele dag verder omdat toegesnelde bataljons het de indringers nog knap moeilijk wisten te maken.

Grebbelinie

Door de nadruk op de Grebbelinie was in Brabant de defensie geconcentreerd op slechts enkele zwaar toegeruste kazerne-eenheden. Deze zouden langs de Peel-Raamstelling geschoven kunnen worden wanneer de Duitse legermacht tussen Venlo en Mook de Maas over zou komen. Vanwege “Oeffelt” is daar weinig van terecht gekomen.

De strijd in Brabant werd op het hoogste niveau van defensie meteen al als een hopeloze zaak beschouwd, en het in Brabant gestationeerde Derde Legerkorps werd teruggetrokken tot ten noorden van de Maas. Dit om, In plaats van Brabant te verdedigen, de zuidelijke afsluiting van de Nieuwe Hollandse Waterlinie veilig te stellen.

Door de snelle overrompeling van de Maaslinie en vervolgens van het overlopen van de Peel-Raamstelling kwam Brabant dus helemaal open te liggen voor de indringers. Daarom werd De Grebbeberg achter Rijn en Lek al binnen 24 uur het zwaartepunt om ‘Vesting Holland’ beschermen.

De Grebbelinie kon van 11 tot 13 mei met hand en tand verdedigd worden. Maar op 14 mei werd die ontruimd en “werd het Nederlandse Veldleger succesvol (sic!) op de Nieuwe Hollandse Waterlinie teruggenomen.”

Helaas bleken (water)linies een achterhaald verdedigingsmiddel. Op dezelfde 14e mei werd namelijk binnen een kwartier de binnenstad van Rotterdam door de Duitse luchtmacht vernietigd. Dezelfde dag moest Winkelman de capitulatie tekenen.

De concrete invulling van de Maaslinie met kazematten vond pas plaats vanaf augustus 1939, toen de algemene mobilisatie van de strijdkrachten werd afgekondigd. De Maaslinie en de IJssellinie werden slechts als strategische voorposten bemand en bewapend met restmaterialen. De manschappen werden veelal bij particulieren ingekwartierd. Bij de familie Tunnissen aan de Veerstraat in Boxmeer kwam, op zichtafstand van enkele kazematten, een groep soldaten van het grensbataljon in de kost. Verderop werd de tweede linie van Peel en Grebbeberg voorzien van beter uitgeruste gevechtseenheden. Deze waren beter toegerust om als zo lang als mogelijk weerstand te bieden.

Nederland of Holland

De militairen die in de kazematten langs Maas en IJssel gestationeerd werden, waren eigenlijk gewoon ingeboekt om zich dood te vechten. Maar dat werd die eenheden niet van te voren verteld, toen ze opdracht kregen zich te melden in Cuijk of Boxmeer. Ook de bevolking van onze dorpen heeft nooit te horen gekregen dat men hier wellicht de zwaarste last van de gewapende strijd zou moeten dragen – en dat dan met name ten behoeve van de redding van Vesting Holland.

Alleen vanwege het niet-opblazen van de Oeffeltse spoorbrug en vanwege het logistieke overwicht van de invallers is voorkomen dat de Cuijklandse dorpen in de meidagen werden vernietigd. De Duitsers stonden in hun treinwagon op 10 mei ‘s ochtends vroeg bij het dorp Zeeland, voorbij de Peel- Raamstelling. Doordat enkele bataljons van de verdedigingsmacht van het zuidelijke Nederlandse leger vanwege “Mill” ineens naar Oost-Brabant moesten worden gedirigeerd, was de zuidelijke landsverdediging zo verzwakt dat capitulatie binnen enkele dagen een feit was.

Militair erfgoed

Momenteel is er veel belangstelling voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie als militair erfgoed. In februari 2008 is besloten de Waterlinie op te knappen. Hiervoor is al meteen een bedrag van 150 miljoen euro gereserveerd. De overheden, waterschappen en terreineigenaren hebben afgesproken de verschillende forten op te knappen en fiets- en wandelpaden aan te leggen.

Over 20 jaar is er een grote WOII-herdenking. Dan is het begin van de Tweede Wereldoorlog een eeuw geleden. Zouden wij niet nú moeten gaan zorgen dat dan ook de Maaslinie en Peel-Raamlinie gerestaureerd zijn? De opdracht aan de nieuwe gemeente Land van Cuijk zou kunnen zijn om vroegtijdig te beginnen met ‘Herbeleef Mei 1940’. Wellicht kan in de sollicitatieprocedure voor een nieuwe burgemeester dit al meegenomen worden: de vrouw of man, die hiervoor het spannendste voorstel aanlevert, kan worden benoemd.

Foto: Veelal uit Rotterdam afkomstige soldaten in de kost bij familie Tunnissen Veerstraat 55. Minstens vier van hen zijn omgekomen.